coppesfamily.nl

Anecdotes

Waar gebeurd verhaal uit het verzetsverleden van Jan Coppes (overleden 1 februari 2012).

Tekst: Robert (Bob) Coppes

1944: Hoe verstop je een halve neger?

 
In zijn lange carrière bij de Shell heeft mijn vader zeer goed Engels leren spreken. Hij heeft zelfs een Canadees accent ontwikkeld, althans dat zeggen de 'native speakers'. Maar in september 1944, waarin het navolgende verhaal zich afspeelde, was zijn Engels nog sterk onderontwikkeld. Die paar zinnen die hij sprak, had hij geleerd op een katholieke kostschool in Rolduc. Oefenen was niet echt goed mogelijk in de oorlog. De eerste keer dat hij zijn kostschoolengels in het echt kon gebruiken, was toen hij bij de familie Gabriëls in Broekheurne ondergedoken zat. De oudste zoon had een man in militair kostuum op hun land gesignaleerd, maar hij rende steeds weg als hij contact met die man wilde maken. Dat was nogal verdacht, want er waren op dat moment geen andere dan Duitse militaire kostuums in de omgeving en helaas dachten die nog niet aan vluchten.

De boerenzoon had gezien dat de man zich steeds in een bepaalde greppel verstopte en omdat mijn vader bij het verzet zat, werd hij erbij gehaald. "If you speak english, we are your friends." Pas na enkele herhalingen (misschien zat de juiste uitspraak er pas bij een van de latere herhalingen bij) kwam er een bruin gezicht met zwart kroeshaar boven het gras van de greppelrand uitsteken. Angstig keken hij en mijn vader elkaar aan. De piloot, omdat hij toen nog niet wist dat mijn vader te vertrouwen was en mijn vader, omdat hij zich realiseerde dat het moeilijk zou zijn een halve neger te verbergen.

Het bleek 2e luitenant Charles E. Kuykendall uit San Antonio, Texas te zijn, piloot van een Republic P 47 D Thunderbolt, die de B-17 vliegende forten op hun bombardementsmissie naar Duitsland begeleidde. Zijn vliegtuig was op 5 september 1944 boven Enschede beschoten en bij Gronau neergestort. Zelf had hij zich op tijd met zijn parachute kunnen redden en was zonder het te weten nog net aan de goede kant van de grens terechtgekomen.

Mijn vader had gehoord van een meisjesgroep die neergeschoten piloten opving en ervoor zorgde dat ze via vergelijkbare organisaties in België, Frankrijk, Spanje naar het neutrale Portugal werden vervoerd om van daaruit terug naar Engeland te gaan. Via zijn verzetsgroep kwam het contact met de meisjesgroep tot stand. Tot zijn grote opluchting zouden ze zich over de piloot ontfermen. Maar er was één voorwaarde: de piloot moest in Hengelo worden afgeleverd. En daarin zat het probleem, want hoe krijg je iemand die overduidelijk niet-Arisch is langs twee Duitse wegblokkades?

Er werd een gewaagd plan bedacht. De piloot zou met wit poeder op kleur worden gebracht. Zijn kroeshaar zou worden bedekt met een pet waaraan blond melkboerenhondenhaar was geplakt. Vervolgens zouden hij en mijn vader 's morgens om 6 uur met melkbussen aan de bagagedrager naar Hengelo fietsen. Dat zou het minste opvallen want 's morgens reden er wel meer fietsen met melkbussen rond. Bovendien waren de Duitse wachten op dat vroege tijdstip nogal inactief.

De piloot zou vele tientallen meters achter mijn vader fietsen, want bij een eventuele ontdekking van het bedrog zou mijn vader gewoon moeten doorfietsen. De piloot wachtte namelijk 'slechts' krijgsgevangenschap, maar als mijn vader samen met de piloot werd gezien, wachtte er geheel iets anders. In die tijd stond overal de doodstraf op, zelfs op het hebben van een radio en al zeker op het helpen van een Amerikaanse piloot.

Het leek een goed plan, maar er was nog een probleem: de piloot kon wel zelfstandig een bommenwerper besturen, maar hij kon niet fietsen. Om in deze lacune te voorzien, werd op de binnenplaats van de boerderij een ruim een week durende, intensieve fietsles ingelast.

Toen kwam de uitvoering van het plan en gelukkig liep dat gesmeerd. Het fietsen ging bekwaam en voldoende afstand houden lukte ook. Het wit zag er niet-natuurlijk uit, maar onder een pet met blonde plukken en in het ochtenddonker viel het niet echt op. De Duitse wachten bij de twee wegversperringen lieten beide mannen doorgaan, zonder op of om te kijken. Maar in een buitenwijk van Hengelo werd het weer spannend. Een van de vrouwen van de meisjesgroep stond al op de afgesproken plaats. De vrouw begon de piloot een soort examen af te nemen. Waar kom je vandaan? Wat is de hoofdstraat van San Antonio, Texas? Welke bloemen groeien er in je tuin? Welke feestdagen worden er gevierd? Mijn vader keek wanhopig naar de ongure vent die voor de tweede keer in een lange donkere jas aan de andere kant van de straat voorbij kwam. Waarom zoveel vragen? Het was toch evident dat de piloot niet tot het Duitse “herenvolk” behoorde? Mijn vader had zelfs het petje even wat opgelicht, zodat ze het kroeshaar kon zien. Ziet ze niet dat we in de gaten werden gehouden?

Het examen was eindelijk voorbij. Het was blijkbaar met goed gevolg afgerond, want de piloot werd door de vrouw meegenomen. Mijn vader kon gaan. Bezweet van angst sprong hij op de fiets en sprintte naar huis terug, daarbij om zich heenkijkend of hij de man met de lange jas nog ergens zag. Jaren na de oorlog kwam hij de vrouw weer tegen en hij vroeg haar wat al die vragen te betekenen hadden. Ze vertelde dat de meisjesgroep niet voorzichtig genoeg kon zijn. De Duitsers hadden al enkele keren geprobeerd in de groep te infiltreren en als dat zou zijn gelukt, dan waren de gevolgen voor de piloten en de meisjes niet te overzien. Hij vroeg ook nog naar die vent in die lange jas. Had ze hem wel gezien?
“Dat was mijn compagnon. Als jouw piloot een van de vragen niet goed had beantwoord, dan had ik het teken gegeven en had hij jullie beiden geliquideerd.”